Hier vind je mooie mantra’s van Boeddha. Fijn om te reciteren.
Een mantra is een soort kort gebed, veelal in het Sanskriet. Eén van de meest bekende mantra’s is OM MANI PADME HUM. Mantra’s worden vooral veel gebruikt in de beoefening van tantra, waarbij vaak meer dan honderdduizend mantra’s worden gereciteerd om een bepaalde energie op te wekken in de geest, bijvoorbeeld om mededogen en liefde op te wekken, wijsheid te ontwikkelen of negatief karma te zuiveren. Die worden in de praktijk gewoonlijk met een kralensnoer, de mala, geteld.

OM MANI PADME HUM

spreek uit als: om mani pemme hoem

Door de mantra te zeggen, worden wezens bevrijd van het lijden door de vijf vergiften van de geest, die corresponderen met de zes verschillende bestaanswerelden:

OM bevrijdt van trots, de hoofdreden voor een wedergeboorte in de godenwereld

MA bevrijdt van jaloezie, de hoofdreden voor een wedergeboorte in de halfgodenwereld

NI bevrijdt van lust en passie, de hoofdreden voor een wedergeboorte in de mensenwereld

PA bevrijdt van onwetendheid, de hoofdreden voor een wedergeboorte in de dierenwereld

DME bevrijdt van gehechtheid, de hoofdreden voor een wedergeboorte in de wereld van hongerige geesten

HUM bevrijdt van woede, de hoofdreden voor een wedergeboorte in de hellewereld

TAYATHA OM MUNI MUNI MAHA MUNIYE SOHA

spreek uit als: tajattaa om moeni moeni mahaa moeni-jeh soha

Dit is een mantra van Boeddha. Je kunt deze mantra aan het begin van een les of aan het begin van een meditatie gebruiken om de Boeddha zijn zegen te laten herhalen: de belofte iedereen te bevrijden. Als je deze mantra herhaalt trek je zijn zegen weer aan in je eigen hart. Visualiseer Boeddha Shakyamuni vlak voor je. Zeg de mantra en beeld je in dat er goud licht uit de Boeddha straalt naar de harten van de alle levende wezens en naar je eigen hart. Het is een bijzonder krachtige en energieke manier om liefde te geven en mogen ontvangen.

TAYATHA GATE GATE PARAGATE PARASAMGATE BODHI SOHA

spreek uit als: tajattaa gateh gateh paragateh para-samgateh boo-die soha

De mantra van de wijsheid van de Hartsoetra. Alles is van zichzelf leeg. Het Boeddhisme streeft hier echter een andere betekenis van leegte na dan we in eerste instantie zullen denken. De Boeddhistische betekenis van leegte verwijst naar het niet kunnen benoemen van dat wat waar is, het oneindige potentieel. Simpele voorbeelden hiervan zijn: de strenge leraar op school die mij elke keer straf geeft, is thuis een liefdevolle vader van twee kinderen en tegenover zijn collegae een ervaren professor waar ze tegen opkijken. Er is geen enkele omschrijving die als waarheid van de leraar kan gelden – en dus is er leegte. Deze mantra kan dus gebruikt worden om los te laten, of in te leren zien dat alles wat het ego voorspiegelt een illusie is. Alles is niet-permanent, alles is leegte.

OM AH HUM

spreek uit als: om ah hoem

Deze mantra is van alle Boeddha’s en ontwaakte meesters uit het verleden, in het heden en de toekomst. Je kunt het gebruiken om mensen, dieren, plaatsen en dingen te zegenen. Een goede toepassing is het voor, tijdens en na het eten te zeggen. Denk aan alle mensen die ervoor gezorgd hebben dat dit eten op je bord ligt en nu bezig zijn om eten te verzorgen in de toekomst. Zegen hen met deze mantra.

OM AH HUM VAJRA GURU PADME SIDDHI HUM

spreek uit als: om ah hoem benza goeroe pemma siddhie hoem

Ook toch wel één van de meest bekende Tibetaanse mantra’s; de Vajra Guru mantra van Padmasambhava. Deze mantra benoemt alle boeddha’s, meesters en ontwaakte mensen. De unieke kracht van deze mantra wordt gebruikt voor vrede, genezing, transformatie en bescherming in deze agressieve, gewelddadige en chaotische tijd. Voor de betekenis beginnen we bij de vorige mantra “Om ah hum” aangevuld met een verwijzing naar Padmasambhava die zo uniek, sterk en zuiver als diamant is. We vragen de zegen ons dezelfde kwaliteiten te doen toekomen die ons in staat zullen stellen te ontwaken uit de sluimer die ons bewustzijn doet vertroebelen.

De Hart Soetra

Aldus heb ik eens vernomen.
De Bhagavan Boeddha verbleef in Radjagriha op de Gierenberg,
tezamen met een grote gemeenschap monniken en bodhisattva’s.
Op dat moment was de Bhagavan Boeddha geheel geabsorbeerd in de eenpuntige concentratie
op de verschillende verschijnselen, die “de diepzinnige illuminatie” wordt genoemd.
Op hetzelfde moment onderzocht de grote en machtige bodhisattva Arya Avalokiteshvara
de diepzinnige (leegte met de) perfectie van wijsheid
en zag na grondige analyse van de vijf aggregaten dat die ook van nature leeg zijn.

Toen, geïnspireerd door de Boeddha, sprak de eerwaarde Shariputra tot de grote en machtige bodhisattva Arya Avalokiteshvara de volgende woorden:
“Hoe moet een zoon van nobele familie, die de diepzinnige (leegte met de) perfectie van wijsheid wenst te onderzoeken, zich daarin trainen?”
Zo sprak hij en de grote en machtige bodhisattva Arya Avalokiteshvara gaf de eerwaarde Shariputra ten antwoord:

“Oh Shariputra, een zoon of dochter van nobele familie die de diepzinnige (leegte met de) perfectie van wijsheid wenst te onderzoeken, moet dat als volgt doen: door de vijf aggregaten,
die ook van nature leeg zijn, grondig te analyseren.
Vorm is leegte en leegte is vorm.
Vorm is niet iets anders dan leegte en leegte is niet iets anders dan vorm.
Evenzo zijn gevoel, onderscheiding, samengestelde factoren en bewustzijn alle leeg.
Oh Shariputra, evenzo zijn alle verschijnselen leeg, zonder kenmerken.
Ze zijn zonder ontstaan en zonder ophouden.
Ze zijn niet onzuiver en (niet) vrij van onzuiverheid.
Ze nemen noch af, noch toe.
Oh Shariputra, daarom is er in leegte geen vorm, geen gevoel, geen onderscheiding,
geen samengestelde factoren en geen bewustzijn.
Er is geen oog, geen oor, geen neus, geen tong, geen lichaam en geen geest.
Er is geen vorm, geen geluid, geen geur, geen smaak,
er zijn geen tastbare objecten en geen verschijnselen.
Er zijn geen elementen van het oog tot en met geen elementen van de geest,
tot en met geen elementen van het mentale bewustzijn.
Er is geen onwetendheid en geen opheffing van onwetendheid,
tot en met geen ouderdom en dood en geen opheffing van ouderdom en dood.
Evenzo is er geen lijden, geen oorzaak van lijden, geen opheffing van lijden en geen pad.
Er is geen transcendente wijsheid, geen bereiken en geen niet-bereiken.
Oh Shariputra, omdat er geen bereiken is, wijden de bodhisattva’s zich aan de perfectie van wijsheid en daardoor is hun geest vrij van verduistering en angst.
Doordat ze helemaal voorbij foutieve zienswijzen gaan,
reiken ze volkomen voorbij de grenzen van het leed.
Alle boeddha’s van de drie tijden hebben de onovertroffen, volkomen zuivere, volmaakte verlichting, het echte boeddhaschap volbracht door zich aan de perfectie van wijsheid te wijden.
Daarom moet de mantra van de perfectie van wijsheid, de intelligente mantra,
de onovertroffen mantra, de ongelijke en gelijke mantra, de mantra die al het lijden pacificeert, gekend worden als de waarheid, want er is geen misleiding.
De mantra van de perfectie van wijsheid luidt als volgt:
TA YA THA: [OM] GATE GATE PARA GATE PARA SAM GATE BO DHI SVA HA
Oh Shariputra, zo moeten de grote bodhisattva’s zich trainen
in de diepzinnige (leegte met de) perfectie van wijsheid.”

Daarop verhief de Bhagavan Boeddha zich uit zijn eenpuntige concentratie
en prees de grote en machtige bodhisattva Arya Avalokiteshvara met de woorden:

“Heel goed, heel goed, oh zoon van nobele familie. Het is precies zoals u hebt gezegd.
De diepzinnige (leegte) behoort precies zoals u hebt gezegd te worden onderzocht
met de perfectie van wijsheid en de tathagata’s zullen zich verheugen.”

Nadat de Bhagavan Boeddha deze woorden had gesproken, prezen de eerwaarde Shariputra,
de grote en machtige bodhisattva Arya Avalokiteshvara, allen die in dat gezelschap aanwezig waren, de gehele wereld met haar goden, mensen, half-goden en geesten,
met een hart vol vreugde de woorden van de Bhagavan Boeddha.

Soetra van oprechte vriendelijkheid

Moge all levende wezens gelukkig zijn
En vrede vinden,
Wat voor levende wezens er ook zijn.
Of ze nu sterk zijn of zwak,
Groot of klein,
Zichtbaar of onzichtbaar,
Ver weg of nabij,
Of ze al geboren zijn of nog geboren moeten worden,
Moge ze allemaal gelukkig zijn.

Sutra van liefdevolle vriendelijkheid (Mettasutta)

Wie op vaardige wijze naar het heil wil streven
om de toestand van vrede te bereiken,
die moet kundig, eerlijk en oprecht zijn
zachtaardig, voorkomend en bescheiden,
Hij is tevreden en matig, niet veeleisend,
vrij van zorgen en sober levend;
kalm van zinnen en verstandig,
niet gulzig, als hij bij families eet.
In zijn gedrag is er niets laags te vinden
waardoor anderen, verstandigen hem zouden laken.
Mogen de wezens gelukkig zijn en vredig,
latten ze alle geluk ervaren in hun hart.
Wat voor levende wezens er ook zijn,
beweeglijk of onbeweeglijk, allemaal,
of ze nu lang zijn of groot zijn,
middelmatig, klein of fors,
zichtbaar of onzichtbaar, en
of ze ver weg leven of dichtbij,
al geboren of naar geboorte strevend –
mogen alle wezens gelukkig zijn.
Laat de een de ander niet vernederen,
en niemand minachten waar dan ook,
laat men elkaar geen leed toewensen
uit boosheid of vijandigheid.
Zoals een moeder haar enige zoon
met haar leven wil beschermen,
zo moge men tegenover alle wezens
een onmetelijke geest ontplooien
en liefde tegenover de hele wereld.
Laat men een onmetelijke geest ontplooien
naar omhoog, naar beneden en rondom,
onbeperkt, vrij van haat en vijandschap.
Of men nu staat, loopt, zit of ligt,
laat men nooit verslappen;
bij deze instelling moet men blijven
Dit noemt men hier een goddelijk verwijlen.
Als hij geen opinies koestert,
deugdzaam leeft en inzicht heeft,
begeerte wegleidt van genoegens,
dan gaat hij tot geen moederschoot meer in.