Je hebt al een mooi beeld van Boeddha in je huis staan. Of op het terras van je woonark. In je tuin, of je hebt een klein altaartje gemaakt op een kastje in je kamer. En heel misschien is het je al opgevallen dat er verschillende houdingen zijn van de Boeddha. Verschillende handgebaren. Deze handgebaren heten mudra’s. Het zijn er heel veel. Een uitleg over een aantal van de meest voorkomende mudra’s kun je hieronder lezen. Allereerst hebben de vingers een bepaalde betekenis.

De duim staat voor wilskracht en de wijsvinger voor het ego. De middelvinger staat voor door karma geconditioneerde energie, de ringvinger heeft betrekking op de kracht van het individu en de pink staat voor het intellect, voor wijsheid.

Abhaya mudra

abhaya mudra
De Abhaya-mudra laat de Boeddha zien met zijn rechterhand omhoog, met de palm naar buiten en de vingers omhoog gericht, terwijl de linkerarm zich naast het lichaam bevindt. De mudra is het gebaar van onbevreesdheid en bescherming. Dit is de karakteristieke mudra van Buddha Amoghshiddi.

Bhumisparsha mudra

bhumisparsha mudra
Dit is de mudra van het aanraken van de aarde. De hand, neerwaarts gestrekt en met de palm naar binnen gericht, raakt de aarde of gebaart in de richting van de aarde. De Buddha statue met de mudra Bhumisparsha wordt zittend afgebeeld. Boeddha Shakyamuni heeft zijn rechterhand op de knie en de vingers naar de aarde gericht. De linkerhand rust op zijn schoot, met de palm omhoog. Bhumisparsha betekent de aarde oproepen als getuige. Deze mudra staat voor het moment waarop Buddha Gautama verlicht werd onder de bodhiboom.

Dharmachakra mudra

dharmachakra mudra
De Dharmachakra mudra is ook de mudra van lesgeven. Letterlijk betekent dharma wet en chakra betekent wiel en dit wordt meestal geïnterpreteerd als draaien aan het wiel van de wet. In dit gebaar worden beide handen tegen de borst gehouden, de linkerhand naar binnen gericht, de rechter naar buiten gericht, waarbij de wijzer en duim van elke hand een cirkel vormen. Het is het kenmerk van de Dhyani Boeddha Vairochana. Het is ook het handgebaar dat door Boeddha Gautama werd gebruikt tijdens het houden van zijn eerste preek in Sarnath.

Dhyani mudra

dhyani mudra
De zittende Buddha met zijn handen in meditatiehouding op zijn schoot. De rechterhand op de linkerhand met de handpalmen naar boven. De duimtoppen raken elkaar. Deze mudra wordt ook Dhyana mudra of mudra van meditatie genoemd. Vaak zie je op de handen ook nog een bedelnap, dan zie je de karakteristieke houding van Boeddha Amitabha.

Jnana mudra

jnana mudra
De Jnana mudra is het handgebaar van lesgeven. In dit gebaar worden de toppen van de wijsvinger en de duim samengevoegd en in de buurt van het midden van de borst gehouden met de palm naar binnen gedraaid. Dit is de karakteristieke mudra van Boeddha Manjushri.

Namaskar mudra


De Namaskar mudra is het gebaar van gebed. In dit gebaar worden de handen dicht bij de borst gehouden in een devotionele houding met de handpalmen en vingers samengevoegd. Dit is het speciale gebaar van Avalokiteshvara wanneer hij met meer dan twee armen wordt afgebeeld.

Tarjani mudra


Het handgebaar van waarschuwing. De rechterhand wordt verticaal voor de borst gehouden en alleen de wijsvinger is gestrekt terwijl de andere vingers en de duim een vuist zijn. Je vindt dit gebaar vooral bij toornige goden.

Vajrahunkara mudra


Vajrahunkara mudra is het handgebaar dat staat voor de lettergreep ‘hum’ (Tibetaans). De handen en polsen zijn voor de borst gekruist, de rechterhand houdt een vajra vast en de linkerhand een ghanta, als symbool van de vereniging van mannelijk en vrouwelijk, van vaardigheid en wijsheid. Het is de mudra van Adi Buddha, Vajradhara.

Varada mudra


De Varada mudra is het gebaar van naastenliefde of het verlenen van een gunst of genade. De arm is helemaal naar beneden uitgestrekt met de handpalm naar buiten gericht, vingers naar beneden gestrekt. Dit is de mudra van Dhyani Boeddha Ratnasambhava, Avalokiteshvara, en soms van een staande Boeddha Shakyamuni.

Vitarka mudra


De Vitarka mudra is het gebaar waarmee Boeddha als leraar gekarakteriseerd wordt. Boeddha Shakyamuni gebruikte deze mudra bij zijn leerredes en discussies om zijn woorden kracht bij te zetten. Bij dit gebaar richt je de handpalm omhoog en naar buiten waarbij de duim de wijsvinger raakt.