Een mandala is in principe een cirkel. Dat is ook precies wat het woord mandala in het Sanskriet betekent. Tibetaans boeddhistisch bekeken is het een voorstelling van het universum en een symbolische weergave van een paleis en woonomgeving van een meditatieboeddha.

Universum

In het oude India toen Boeddha Shakyamuni nog leefde, werd het universum anders voorgesteld dan huidig wetenschappelijk onderzoek nu laat zien. Boeddhisten stelden zich het universum voor met in het midden de berg Meru als axis mundi. Op een platte schijf bevonden zich oceanen met twaalf continenten waarvan één onze eigen aarde. Boven continenten die de werelden van de mensen waren, bevonden zich de verschillende bestaanswerelden van goden en halfgoden en onder ons bevonden zich de bestaanswerelden van de hongerige wezens en de ongelukkigen van de helse werelden. Dit vormde samen de bestaanswerelden, samsara waar levende en voelende wezens steeds worden wedergeboren. Dit afhankelijk van hun karma.

Tijdens gebedsdiensten en de daarbij behorende rituelen en bij de traditionele gebeden voordat een spirituele leraar Dharma onderwijst, wordt meestal een ‘mandala offerande‘ gedaan, waarbij symbolisch het gehele universum aan de leraar wordt geofferd. Dit kan onder andere begeleid worden met een set van mandalaringen die gevuld is met substanties om het hele universum te symboliseren.

Boeddha

De meest bekende vorm van mandala’s in het Tibetaans boeddhisme zijn de thangka’s en de afbeeldingen in gekleurd zand, de zogenaamde zandmandala’s. Deze mandala’s stellen een 3-dimensionale wereld voor zoals die gevisualiseerd wordt in tantra meditaties. Het paleis dat centraal staat heeft meestal een vierkante structuur die omgeven wordt door meerdere en verschillende cirkels.
Iedere meditatieboeddha heeft zijn eigen mandala met verschillende kleuren en vormen en er bevinden zich ook meerdere meditatieboeddha’s in een mandala. Ieder detail, hoe klein ook, heeft een symbolische betekenis en trouwens meer dan één. De boeddhavormen kunnen meerdere gezichten of armen hebben en vaak houden ze rituele instrumenten vast zoals de vajra en bel die allemaal ook weer hun eigen betekenis hebben. Deze details kunnen bijvoorbeeld de verstorende emoties verbeelden die door de Boeddha’s zijn overwonnen. De verschillende gezuiverde zintuigen of de verschillende stadia van het spirituele pad die een Boeddha heeft doorlopen.
Het maken van een zandmandala is veel werk en kan dagen duren. Tot zelfs 20 dagen! Het is veel meer dan slechts een kunstwerk. De monniken of nonnen die dit doen beginnen de dag met speciale gebeden en zegenen de gereedschappen en het zand voordat ze beginnen. Ook het kleuren, tekenen en schilderen met zand vereist een grote mate van concentratie. Het hele proces vormt een dagenlange meditatie. De positieve energie van deze meditatie werkt bijzonder krachtig op de omgeving.
Normaal wordt een zandmandala kort na het gereedkomen en het ritueel waar hij voor gemaakt is ook weer vernietigd. Het zand wordt met gebeden in een rivier gegooid om op die manier het water te zegenen. Dit proces symboliseert hiermee vergankelijkheid.