Guanyin, de Chinese Avalokiteshvara

Guanyin, Kwanyin, Guanshiyin of Guanyin is de Chinese interpretatie van bodhisattva Avalokiteshvara, de Boeddha van Mededogen, die in het Tibetaans Chenrezig wordt genoemd. Als onsterfelijk wordt ze gezien in het taoïsme.

Daarnaast wordt ze in het taoïsme gezien als een onsterfelijke. Guanyin is in het Chinees boeddhisme de godin van mededogen en de zee. Ze behoort samen met Mahasthamaprapta en Amitabha Boeddha tot de drie heiligen uit het westelijke paradijs; zij worden aanbeden om overleden geliefden van de hel te redden en ze toegang tot het westelijke paradijs te geven.

Guanyin wordt in de traditionele Chinese godsdienst, taoïsme en Chinees boeddhisme vooral opgeroepen in gebeden ten tijde van gevaar. Guanyin werd in China oorspronkelijk als een mannelijke godheid afgebeeld en gezien. Er zijn beelden van Guanyin vanaf de vijfde eeuw waarin de bodhisattva duidelijk als een man wordt afgebeeld. De beroemde Chinese pelgrim en vertaler Xuanzang schreef in de zevende eeuw over Guanyin als een man. Ook in de Surangama-soetra van begin achtste eeuw is Guanyin nog steeds mannelijk. In die achtste eeuw begon echter ook het transformatieproces van Guanyin naar een vrouwelijke gedaante. Dat proces was eind tiende eeuw voltooid. Vanaf de elfde eeuw begon het eiland Putuo Shan zich te ontwikkelen als een belangrijke plaats voor de verering van Guanyin. In de veertiende eeuw was Putuo Shan de belangrijkste plek in China voor die verering geworden. Het eiland heeft ook de naam Putuo omdat er in het Chinese boeddhisme de aanname is dat dit het eiland Potalaka moet zijn dat in de Avatamsakasoetra beschreven staat als het eiland en de verblijfplaats van Avalokitesvara.

In Korea en Japan werd het beeld van Guanyin overgenomen en wordt ze ook als godin voorgesteld. In Korea heet de godin Gwan-eum of Gwanse-eum en in Japan Kannon.